Truus
=
Truus

Truus = Truus in de pers

Truus = Truus

Achtergrond-
informatie

Ben jij Truusoloog?

Gastenboek

FAQ

Home

Sitemap

Wie isTruus de Wit wel niet?

Artikel uit de Volkskrant (katern Stroom) van 10 april 1999 geschreven door Henk Blanken

Mei 1993 dook Truus de Wit op Internet op. Truus praat geregeld mee in kletsgroepn, maar blijft een mysterie. Er is een kleine kring die weet, maar hardnekkig blijft zwijgen.

Truus de Wit is banaal, bits, bondig en briljant. Zij is een chauvinistisch Rotterdamse voor wie het westelijk halfrond niettemin bij de Amsterdamse Zeedijk begint. Ze is innemend, aaibaar-charmant en bot tegelijk ('Ben niet bot', zegt ze dan). Truus is de prinses op de erwt, de koningin van de oneliner en de diva van de dooddoener. Bij dat al moet Truus de Wit de eerste 'virtuele entiteit' zijn, een niet anders dan op Internet bestaand onwezen, een mystificatie dus, aan wie een 'geautoriseerde' biografie is gewijd.
Zes jaar nadat Truus de Wit opdook in een kletsgroep op Internet, in mei 1993, beschrijft Margot Lagendijk het 'fenomeen' Truus in Truus = Truus. Ze is een vrouw die in korte, stekelige zinnetjes haar ongezoute mening geeft in discussiegroepen op Usenet, het deel van Internet dat ouder is dan het world wide web, maar daar inmiddels door overvleugeld lijkt. Truus de Wit praat mee, post per jaar honderden eenregelige bijdragen, weet zich geliefd en gehaat te maken, maar blijft bij dat alles een mysterie. Want wie is Truus de WIt?
De queeste naar haar ware identiteit, naar de vrouw - of man - die zich achter het melige alias verschuilt, is een beetje de rode draad in Lagendijks honderd pagina's telende boekje. De schrijfster doet wat zoveel andere nieuwsgierigen op Internet ook al deden: spitten en graven, speculeren en raden, liefst met behulp van een computer en het net zelf. Ze beschrijft hoe en wanneer Truus de Wit zich op Internet meldde met wie ze omging, wanneer zij zich liet horen, hoe haar taalgebruik en humor zich ontwikkelden.
Truus = Truus schetst ondertussen een bijzondere wereld. Want in Usenet wordt, weet Lagendijk, door zo'n 24 miljoen mensen in pakweg tachtigduizend verschillende praatgroepen gekakeld over alles wat God verboden heeft, benevens al wat Hem goeddunkt. Geen onderwerp te dol, banaal of complex, geen zaak te politiek of te politiek correct. Het zijn tachtigduizend 'virtuele gemeenschappen', citeert Lagendijk de Amerikaanse auteur Howard Rheingold, waarin mensen ongeveer alles doen wat ze in het werkelijke leven ook doen, maar waar ze 'hun lichaam achterlaten'.
Ook Truus is volmaakt lichaamloos, constateerde de schrijfster en columniste Karin Spaink - die zelf ook meepraat in de Nederlandse newsgroup nl.eeuwig.september, een opvolger van nlnet.misc waarmee het allemaal begon. Toch heeft Truus wel kenmerken, zei Spaink, maar die bestaan slechts uit taal, woorden, stijl en wendingen. Omdat die kenmerken beperkt zijn, en nooit veranderen, is Truus wat de literatuur een flat character noemt, een eendimensionaal type.
Truus, bedoelde Spaink, is fictie. Even reeel bestaand als Donald Duck. Haar biografe lagendijk somt braaf alle complottheorien op: is Truus de Wit Karin Spaink, is het Volkskrant-columnist Francisco van Jole die Truus ooit per e-mail interviewde, is het een collectief van schijvers die het strootje aan elkaar overgeven, is het een slim stukje artificiele intelligentie? Naarmate Lagendijk vordert, lijkt haar motivatie om de waarheid te achterhalen af te nemen. En is het alsof zij, halfweg het schrijven van haar boek, wordt opgenomen in de kleine kring die weet wie Truus is - maar daarover liefdevol zwijgt.
Geheel naar de geest van Internet, is Truus = Truus op het net zelf te lezen. Gedrukte exemplaren, echte dus, zijn beperkt voorradig en worden allicht aangemaakt indien daar vraag naar is. Het prikkelende raadsel wie Truus is, beantwoord Lagendijk niet, al speculeert ze soms prachtig over de suggestie dat wij allen een beetje Truus zijn, dat Truus weerspiegelt wie en wat wij zijn, en Truus slechts bestaat omdat wij bereid zijn in haar bestaan te geloven - als ware Truus Sinterklaas.
Lagendijk handelt met Truus = Truus dus stilzwijgend naar het aforisme van Harry Mulisch: 'Het beste is het raadsel te vergroten.'