Usenet en de komst van
Truus
Internet wordt
vooral door de media als synoniem gebruikt voor het world wide web (WWW).
De daadwerkelijke kracht van het Internet zit echter niet in dat surfen,
het kopen op afstand of de mogelijkheid om tv-beelden op je pc te krijgen.
De kracht zit in de mogelijkheid om onderling te communiceren, bijvoorbeeld
door gebruik te maken van elektronische post en IRC (Internet Relay
Chat, een soort babbelbox).
Veel meer mogelijkheden op het gebied van communiceren dan IRC of e-mail
heeft Usenet, een bonte verzameling van nieuwsgroepen. Een nieuwsgroep
kan het beste vergeleken worden met een ingezonden brievenrubriek in
een krant, met als verschil dat berichten meestal niet vooraf worden
geselecteerd en dat er een rijke discussie ontstaat doordat mensen heel
eenvoudig op elkaars bericht kunnen reageren. Net als bij een krant
leest ieder de stukken op het moment dat het hem of haar uitkomt en
alleen die stukken die interessant zijn.
Zowel nationaal als wereldwijd kunnen mensen op deze manier met elkaar
praten, ideeën uitwisselen en problemen aan de kaak stellen. Door middel
van Usenet is het mogelijk om in landen waar het door de politieke situatie
via andere media onmogelijk is (onafhankelijke) informatie te bemachtigen,
toch informatie uit te wisselen met gewone burgers en lokale radiostations.
Fouten van grote, machtige fabrikanten kunnen door gewone mensen zoals
jij en ik aan de kaak gesteld en geopenbaard worden. Hét bekendste voorbeeld
daarvan is de fout in de pentiumchip die is ontdekt door een wiskundedocent.
Intel bleef in eerste instantie bij hoog en bij laag ontkennen, tot
het nieuws via Usenet de hele wereld over was, inclusief de beschrijving
van een eenvoudig testje. Zonder de communicatievoorzieningen van Usenet
was dit niet mogelijk geweest.
Iedereen ter wereld met een pc (dat hoeft niet eens een heel geavanceerde
te zijn), modem en Internetaansluiting kan de nieuwsgroepen lezen. Je
kunt het zo gek niet bedenken, of er is een nieuwsgroep voor. Zo zijn
er niet alleen groepen voor elk computersysteem, ook veel culturen,
popgroepen, bekende Amerikaanse tv-presentatoren en -series hebben hun
eigen groep. De groepen zijn hiërarchisch ingedeeld en hebben een naam
waaraan valt af te lezen wat je er kunt verwachten. Zo beginnen alle
groepen over computers met ‘comp.’, gevolgd door een nadere specificatie,
bijvoorbeeld comp.os.ms-windows voor computers met Microsoft Windows
als operating-systeem. De meer sociaal georiënteerde groepen beginnen
met ‘soc.’, zoals soc.culture.netherlands. Er is verder nog een alternatieve
tak (‘alt.’) met onder andere groepen als alt.cows.moo.moo.moo, maar
ook een specifieke hiërarchie voor Nederlandse groepen zoals nl.fiets,
nl.misc en nl.eeuwig.september.
Schattingen van het aantal groepen lopen sterk uiteen. Deja
News, één van de bedrijven op Internet die een bestand bijhoudt
van postings (zoals de berichten genoemd worden), houdt het wat betreft
het aantal groepen op 80.000. Het bedrijf slaat dagelijks uit al die
groepen meer dan 500 Mb aan berichten op. Volgens Deja News schrijven
maar liefst 24 miljoen mensen over de hele wereld regelmatig berichtjes.
Nieuwsgroepen maken
het niet alleen mogelijk met anderen te communiceren, het zijn voedingsbodems
voor virtuele gemeenschappen. Een virtuele gemeenschap ontstaat, net
als een niet-virtuele gemeenschap, doordat mensen elkaar vaak op een
vaste plek tegenkomen. Daarbij ontstaat een binding, een samenhorigheid
tussen de leden van die gemeenschap. Zoals Howard Rheingold aangeeft
in zijn boek ‘The virtual Community’:
‘Mensen in virtuele
gemeenschappen gebruiken woorden op schermen om vriendelijkheden en
argumenten uit te wisselen, zich in intellectuele debatten te engageren,
handel te verrichten, kennis uit te wisselen, emotionele steun te delen,
plannen te maken, nieuwe ideeën te bedenken, te roddelen, ruzie te maken,
verliefd te worden, vrienden te vinden en ze te verliezen, spelletjes
te spelen, te flirten, een beetje hoge kunst te scheppen en een heleboel
kletspraat te verkopen. Mensen in virtuele gemeenschappen doen zo ongeveer
alles wat mensen in het werkelijke leven doen, maar we laten onze lichamen
achter. Je kunt niemand kussen en niemand kan jou op je neus slaan,
maar binnen deze grenzen kan er een heleboel gebeuren. Voor de miljoenen
mensen die bij virtuele gemeenschappen zijn betrokken, is de rijkdom
en vitaliteit van door computers verbonden culturen aantrekkelijk, zelfs
verslavend.’
In nieuwsgroepen
ontstaan dergelijke virtuele gemeenschappen. De onderlinge binding kan
een bepaalde hobby zijn, maar ook, zoals in nl.eeuwig.september, meer
op het menselijke vlak liggen. Usenet maakt het bovendien mogelijk een
andere persoonlijkheid aan te nemen, een persoonlijkheid die in het
echte leven niet bestaat. Het zijn vaak kleine veranderingen ten opzichte
van de werkelijkheid. Door de onderlinge afstand, berichten worden tenslotte
vanachter je eigen computer en asynchroon verstuurd, verdwijnen sociale
drempels. Zo kan een heel bescheiden en stille jongen in een nieuwsgroep
de grootste herrieschopper worden en gaan mensen sneller dan IRL (In
Real Life) op een ander schelden. Wat iemand onderscheidt van een ander
is zijn taalgebruik. Woordkeus, stijl en opmaak van berichten worden
de persoonskenmerken in plaats van haarkleur, postuur of het hebben
van een bril.
De sociale lagen die we in ons dagelijkse leven ervaren, verdwijnen
als sneeuw voor de zon. Zo maakt het niet meer uit of je tegen een directeur,
iemand uit een sociale werkplaats, een lichamelijk gehandicapte, een
gepensioneerde arts of een schrijver praat. Het enige verschil dat door
het gebruik van namen nog wel te zien is, is sekse. Door een sekseneutrale
naam te kiezen, valt ook dit verschil weg. Velen nemen een alias, een
andere naam, maar blijven toch grotendeels zichzelf. Het gebruik van
een alias komt gedeeltelijk voort uit de hackersscene. Het kraken van
computers kan onmogelijk onder je eigen naam gebeuren. Door het aannemen
van een alias als RGB of Slartibartfast, wordt het een stuk lastiger
te achterhalen hoe iemand werkelijk heet. Tegenwoordig is het een aardig
ingeburgerd verschijnsel en vaak de enige manier om een leuke en te
onthouden naam voor je e-mailadres te krijgen. Dit omdat de provider
al bijna alle voornamen heeft vergeven en niemand zit te wachten op
een naam als ‘jan53’. Een alias biedt ook de mogelijkheid om een geheel
andere identiteit of zelfs een ander geslacht aan te nemen. Niet iedereen
houdt dat lang vol. Er lijkt meestal wel een behoefte te bestaan om
uiteindelijk je echte identiteit prijs te geven. Eén van de weinige
persoonlijkheden, zo niet de enige in Nederland, die dit wel al jaren
volhoudt, is Truus de Wit. Zij is het mysterie in het Nederlandse deel
van Usenet. Bij de oprichting van XS4ALL (in die tijd heette het nog
Hacktic) op 4 mei 1993 nam Truus een account bij deze eerste particuliere
Internetaanbieder in Nederland en ze is daar niet meer weggegaan.
Niet alleen was ze één van de eersten die door middel van het enige
inbelnummer in Amsterdam via XS4ALL inlogde, ze was ook een van de weinigen
met een overduidelijk vrouwelijke alias. Dat zal zeker hebben bijgedragen
aan haar bekendheid. Truus is in 1993 niet direct heel erg actief op
Usenet. Ze post in de zomer van dat jaar wel eens wat in de groep nl.misc,
die toen nog nlnet.misc heette, maar houdt zich nog wat op de vlakte.
De echte actie begint pas in september 1993. Directe aanleiding hiervoor
is het Volkskrantartikel van 31 augustus 1993, ‘Cyberspace kent vele
vluchtoorden’ geschreven door journalist Francisco van Jole. In dit
artikel, één van de eerste artikelen over Internet in de landelijke
Nederlandse media, gaat Van Jole in op wat cyberspace nu eigenlijk is:
‘een wereld waar "contact" het synoniem lijkt voor "eenzaamheid"‘. Verder
laat hij zien wat vreemd type mensen het Internet bevolkt. Niet alleen
gaat het artikel in op SM en seks met pony’s, maar ook wordt Truus de
Wit geïnterviewd. Volgens Van Jole is Truus één van de vaste bewoners
van de nieuwsgroep nl.misc. Van Jole geeft in het stuk eveneens overduidelijk
zijn mening over de nieuwsgroep. Het niveau van de berichten zou ‘meestal
niet het peil van een gemiddelde verjaardagskeuvel ontstijgen. De meer
serieuze gebruikers beschouwen nl.misc als een verloren terrein, een
gebied dat in bezit is genomen door een harde kern en daardoor onaantrekkelijk
gemaakt. Zoiets als een buurthuis dat wordt overgenomen door de plaatselijke
jeugdbende’. In latere jaren heeft Van Jole zich wel gedistantieerd
van deze uitspraken, maar in 1993 zijn ze aanleiding genoeg voor de
lokale bevolking van misc, zoals nl.misc genoemd wordt, om als een blok
over Van Jole heen te vallen. Uit onverwachte hoek komt bijval voor
Van Jole in de persoon van Truus de Wit. Truus verdedigt hem met hand
en tand, alsof haar eigen leven er vanaf hangt. Het lijkt er in 1993
op alsof ze voor dat ene doel, het verdedigen van Van Jole, tot leven
is gewekt. Het is het enige dat ze in haar eerste jaar in de nieuwsgroep
nl.misc zal doen. In latere jaren zal ze ook over andere onderwerpen
een mening geven, maar zelfs dan zal ze zodra iemand iets negatiefs
over Francisco van Jole schrijft, er direct tegenin gaan. Ze weet ook
iedereen feilloos te wijzen op de juiste spelwijze van Francisco van
Jole’s naam:
>Ja Fransisco wake
up jongeman en spijker mij effe bij.
Is FranCisco!
Haar fanatisme
drijft menigeen tot waanzin. Ze grijpt alles aan om maar aan iedereen
duidelijk te maken dat Van Jole een heel goede journalist is. Zodra
de term ‘Volkskrant’ maar valt, komt Truus aanzetten met de opmerking
dat ze daar heel goede journalisten hebben. Van Jole is voor haar de
beste journalist die er is en dat zal altijd wel zo blijven.
Na haar eerste
berichten in juni 1993 sluipt Truus langzaam maar zeker misc in en wordt
in de loop van de jaren steeds actiever. Ze wordt geleidelijk aan zelfs
een van de meest actieve mensen in de nieuwsgroep, zoals blijkt uit
de analyse van de statistische gegevens van misc van 1993 tot en met
1996 (tabel 1).
| |
1993 |
1994 |
1995 |
1996 |
| Totaal aantal berichten in nl.misc |
26479 |
26529 |
47726 |
48594 |
| Aantal mensen in de top 20 |
42 |
57 |
46 |
41 |
| Aantal berichten van de mensen in de
top 20 |
15723 |
17153 |
23527 |
25739 |
| % berichten van top-20-posters t.o.v.
alle berichten |
60% |
65% |
50% |
53% |
| Aantal mensen met meer dan 1000 berichten
in het jaar |
4 |
4 |
6
(3 boven de 2000)
|
9
(3 boven de 2000)
|
| Aantal berichten van de extreem actieve |
5269 |
5057 |
10694 |
14678 |
| % van alle berichten die de extreem
actieve hebben gestuurd |
20% |
20% |
22% |
30% |
| Gemiddeld aantal berichten per jaar
van de mensen in de top 5 |
1248 |
1151 |
1896 |
2040 |
Tabel 1: Analyse van
de statistiek, bijgehouden door A3 (Adri Verhoef),
Jaap Verhoeven en Erik TKS (Erik Tjong Kim Sang).
De statistiek van
nl.misc laat een fraai beeld van de geschiedenis van de nieuwsgroep
zien. Duidelijk is dat het aantal berichten in de loop van de jaren
bijna is verdubbeld. Topmaand is januari 1996 met ruim 8000 berichten,
oftewel meer dan 250 berichten per dag. Zijn in 1994 nog minder dan
100 berichten per maand voldoende om in de top drie te staan, begin
1996 zijn al rond de 400 berichten per maand nodig om hetzelfde te bereiken.
Ondanks die groei zorgt de top vijf van mensen die veel berichten schrijven,
nog steeds voor iets meer dan twintig procent van al het verkeer.
Er is een groot
verschil te zien in het aantal berichten in 1993/1994 en in 1995/1996.
Het omslagpunt, de verdubbeling van het aantal nieuwsberichten per maand
ligt in maart 1995. Onduidelijk is wat daar de precieze oorzaak van
is. Er wordt wel steeds meer geschreven over Internet, maar er is in
maart 1995 geen sprake van opvallende berichtgeving in de media. Langzaam
maar zeker komen er steeds meer providers voor particulieren. De Digitale
Stad in Amsterdam bestaat al, maar de grote provider Planet Internet
moet het licht nog zien. De meest waarschijnlijke reden voor de plotselinge
groei is dat de bewoners van misc zelf steeds meer zijn gaan schrijven.
Daarnaast zal een gedeelte van de lurkers, de mensen die alleen maar
op de achtergrond lezen en nooit te zien zijn, actief zijn geworden.
Verder valt op dat rond diezelfde tijd, begin 1995, een generatiewisseling
plaatsvindt in misc. De meeste mensen die in 1993 en 1994 nog hoog in
de overzichten staan, komen niet meer voor in de overzichten van 1995
en 1996. Slechts zes mensen zijn de hele periode van vier jaar in de
top twintig terug te vinden. Dat zijn Mike Schenk, Johan Wevers, Jaap
Verhoeven, Izak van Langevelde, Arthur van Leeuwen en Alex Priem. Van
deze zes heren zijn er slechts twee nog regelmatig terug te vinden in
nl.eeuwig.september, de opvolger van misc. De overige vier zijn inmiddels
verhuisd naar andere nieuwsgroepen of zijn niet meer actief.
Uit de statistiek blijkt ook dat Truus vanaf oktober 1994 niet meer
weg is geweest uit de top twintig. Ze is in 1995 en 1996 zelfs in de
top vijf te vinden. Truus haalt respectievelijk de tweede (met 4,7%
van alle berichten) en de eerste plaats (met 6% van alle berichten)
in de overall-lijst van dat jaar. Kortom, vanaf 1994 is Truus niet meer
weg te denken uit misc.
© 1999 Margot Lagendijk